De oefeningen voor het scooterrijbewijs:

Bijzondere verrichtingen voor de scooter
(Categorie Am) zijn bij het examen niet verplicht, maar....

Wij leren je ze wel!
Voertuibeheersing, daar wordt tijdens het examen zeker op gelet!

De bijzondere verrichtingen worden afgenomen in een parcours dat bestaat uit 5 oefeningen:


























Oefening 1:
De kandidaat begint op de rijbaan. Hij loopt naast de stoep met de brommer in de hand en gaat vervolgens op motorvermogen de stoep op.
De kandidaat mag dus niet duwen. Deze oefening geeft inzicht in de bediening en de balans. Eenmaal op de stoep parkeert de kandidaat de brommer op de standaard.

Oefening 2:
Daarna gaat de standaard eraf en duwt de kandidaat met afgezette motor op eigen kracht de brommer de rijbaan weer op.
Na het opstappen acceleert de kandidaat naar de maximumsnelheid van 30 kilometer per uur.

Oefening 3:
Bij een afgesproken punt voert de kandidaat een forse remming uit tot stilstand.

Oefening 4:
De kandidaat rijdt weg vanuit stilstand en maakt een halve draai binnen de beperkingen (stoeprand, gemarkeerde auto's etc.).

Oefening 5:
Ter afsluiting rijdt de kandidaat twintig meter stapvoets.

De kandidaat moet tijdens het afleggen van het parcours rekening houden met de veiligheid en de doorstroming ter plaatse. Als er bijvoorbeeld een auto achter je komt rijden, moet je als kandidaat natuurlijk niet beginnen aan de remproef!

up